Farm Friends; koeien leasen in Afrika

Stel je bent een Afrikaanse boer. Je hebt al een paar melkkoeien, maar als je er nog één zou hebben, zou dat net dat verschil maken. Dan zouden al je kinderen door kunnen leren en misschien zou je zelfs dat brommertje kunnen kopen om je handel uit te breiden…
Een melkkoe is echter een enorme investering. Wat doe je als bijdragen van familie en vrienden niet toereikend zijn en de bank geen optie is, wegens hoge rentes en onbetrouwbaarheid?

De Friese organisatie Farm Friends biedt een oplossing. Niet door geld te geven, maar door zo’n boer de mogelijkheid te bieden een koe te leasen.
‘We zijn in Tanzania begonnen,” vertelt Max Kooijmans, de mede-oprichter en voorlichter van Farm Friends, “Het doel was om daar 1000 koeien te leasen en dan het project over te dragen aan de plaatselijke bevolking. Dat is gelukt. Nu beginnen we in maart in Zimbabwe.”

Koeienlease
Het project gaat als volgt in zijn werk. Farm Friends werkt samen met lokale coöperaties en melkfabrieken. Deze selecteren een aantal boeren die belang hebben bij een koe en kunnen aantonen daar goed mee om te kunnen gaan. Farm Friends maakt het geld voor de koe over en de lokale organisatie zet het uit. Die neemt de boeren mee om zelf een drachtige koe uit te zoeken. De melk wordt aan de melkfabriek geleverd en die betaalt de boer daarvoor. Er wordt echter een klein bedrag achtergehouden voor de afbetaling van de koe. Het doel is dat de schuld voor iedere koe in drie jaar wordt afgelost. Als het echter in twee jaar lukt, krijgt de boer een bonus. In 90% van de gevallen slaagt hij daarin.
“Zij,” corrigeert Max, “In Tanzania is de boer bijna altijd een vrouw. En naast de koeienlease doen we ook aan voorlichting en educatie, om de algemene melkproductie te verhogen.”


Ze bedankte me niet. Dat hoeft ook niet, want ze heeft tenslotte zelf voor haar koe betaald.

Global goals
Locatie

Wommels – Afrika

Wat ook geweldig is, is dat de lokaal geproduceerde melk ook in de winkels daar wordt verkocht. Dat is niet zo vanzelfsprekend, want de markt wordt beheerst door grote Zuid Afrikaanse zuivelbedrijven.

Overbodig
De afbetalingen blijven in de organisatie Farm Friends Tanzania. Nu er 1000 koeien terug zijn betaald, is er genoeg geld en expertise om zelfstandig verder te kunnen.
“Ons doel was om onszelf overbodig te maken,” vertelt Max, “We wilden mensen onafhankelijk maken. Nu is de regio waar wij zaten het grootste koeien gebied van Tanzania geworden. De zuivelfabriek is enorm gegroeid en het veefokbedrijf levert veel koeien. Als je er bent, zie je gewoon dat de welvaart is gestegen. Mensen dragen betere kleding. De huizen zijn opgeknapt. Wat ook geweldig is, is dat de lokaal geproduceerde melk ook in de winkels daar wordt verkocht: ‘Tanga Fresh’ heet het. Dat is niet zo vanzelfsprekend, want de markt wordt beheerst door grote Zuid Afrikaanse zuivelbedrijven.

Ik praatte onlangs met een boerin die via ons een koe heeft geleased. Een echte zakenvrouw en knokker. Ze bedankte me niet. Dat hoeft ook niet, want ze heeft tenslotte voor haar koe betaald. Haar man was overleden aan aids, maar ze vertelde trots over haar vee en over haar kinderen die nu stuk voor stuk studeren. We hebben toch iets bereikt, denk ik dan.”

Rijp beraad
Na rijp beraad zal het volgende Farm Friends project in Zimbabwe plaatsvinden. Over de keuze van een plek wordt zorgvuldig nagedacht. Farm Friends wil namelijk alleen werken in een land dat aan de volgende criteria voldoet: een stabiele regering, een afzetmarkt voor zuivel, goede koeien, een stabiele regering en een ter plekke woonachtige Nederlander om toezicht te houden.

Max: “We hebben het na Tanzania ook in Ethiopië geprobeerd. Daar braken na verloop van tijd onlusten uit wat hele akelige situaties opleverde. We zijn noodgedwongen gestopt. De keuze voor Zimbabwe hebben we in overleg met PUM Netherlands senior experts gemaakt. Zij zijn daar goed thuis en zullen bovendien de educatie rondom het project verzorgen.
In maart gaan we er voor het eerst naar toe met een aantal bestuursleden. Ik heb er helemaal zin in!”

Vrijwiligers
De organisatie van Farm Friends bestaat uit vrijwilligers. Zelfs de onkosten van bijvoorbeeld vliegtuig vluchten en verblijf worden niet in rekening gebracht.
Max: “Ik kom uit de reclamewereld en heb het altijd goed gehad. Ik wil graag iets terugdoen en een betere wereld achterlaten voor mijn kleinkinderen. Mijn ervaring is dat Afrikanen graag willen werken. Wij moeten ze de kans geven, om dat ook te kunnen doen. Bovendien: als ze in eigen land een toekomst kunnen opbouwen, hoeven ze niet te emigreren. Daarnaast lijkt het me erg leuk mijn kleinzoon eens mee naar Afrika te nemen.”

Fondsen
Maar eerst moeten er weer fondsen geworven worden. Farm Friends maakt daarvoor gebruik van haar achterban. Verder hebben ze studenten gevraagd te onderzoeken wat bij fundraising anno 2019 past. Daar kwamen verrassende resultaten uit. Bijvoorbeeld: betrek er meer mensen bij om kennis te delen; dat genereert betrokkenheid. En: maak het concept lokaal. Dus niet één Farm Friends, maar Farm Friends Leeuwarden, Farm Friends Amsterdam, enz. Ook beeldmateriaal blijkt heel belangrijk, vooral film. Er is de komende tijd dus veel werk te verzetten, maar daar maalt de zeventigjarige Max niet om:
“Ik heb altijd zeven dagen per week gewerkt en daar heb ik nog steeds plezier in. Bovendien ben ik efficiënt en een snelle beslisser. Het verleden is om van te leren en niet om over te zeuren. Ik vind het ook nog steeds leuk om te leren. En dat doe ik als ik in Afrika ben. Ik pas me dan ook aan, aan de etiquette van zo’n land. Ik kan zomaar twee uur koffiedrinken bij een boerin als het moet!”

Tekst: Janna van der Meer